Tandartsen huisartsen en ook andere zorgverleners worden geregeld geconfronteerd met patiënten die door hun psychologische toestand anders omgaan met klachten dan gebruikelijk is. Voorbeelden zijn patiënten met een intellectuele beperking, of een zogenaamde persoonlijkheidsstoornis. Het kan ook voorkomen dat een patiënt aangeeft dat hij pijn heeft, maar dat het de behandelaar niet lukt de oorzaak van de klacht vast te stellen.

Behandelaars kunnen in dergelijke situaties gemakkelijk op het verkeerde been worden gezet met onjuiste diagnoses en dus ook verkeerde behandelplannen of adviezen als gevolg. De behandelaar kan ook op het verkeerde been gezet worden door zelf de patiënt te snel een stempel op te plakken en deze stempel de werkdiagnose mee te laten bepalen.

Daarnaast neemt de vraag naar electieve, veelal esthetische, behandelingen toe. Niet altijd is het voor de behandelaar (of verwijzer) duidelijk waarom deze vraag bestaat. Zonder meer toegeven aan de wensen van de patiënt is ook in dit geval voor de betrokken partijen niet wenselijk en bovendien niet zonder risico’s.

Het is dus essentieel dat de behandelaar een juiste inschatting maakt van met wat voor een patiënt hij/zij te maken heeft, losstaand van de klacht waarmee de patiënt zich meldt. Kennis van psychologische processen en psychische ziektebeelden vergroot de kans op vroegtijdige herkenning, waardoor veel problemen kunnen worden voorkomen en is belangrijk voor een goed verloop van de communicatie tussen de behandelaar en de patiënt.

Dit eendaagse congres behandelt de problematiek van een aantal van de hierboven genoemde zaken waarmee de behandelaar in zijn praktijkuitoefening kan worden geconfronteerd, waarbij interactie tussen artsen, tandartsen en sprekers belangrijk is.