Seksuele lust en drugsgebruik zijn van alle tijden en toch hangt er rond deze onderwerpen een sfeer van taboe. De opkomst van het internet heeft de toegankelijkheid tot deze verleidingen vergroot. Voor zorgverleners is het belangrijk om symptomen van verslaving, genotmiddelengebruik en risicovol seksueel gedrag vroegtijdig te herkennen. Kennis op dit gebied maakt het gemakkelijker deze moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken.

 

De genotmiddelen van deze tijd – alcohol & drugs

Het gebruik van drugs is per generatie verschillend. Daarom is op maat gemaakte preventie-aanpak van belang. Bij de huidige generatie is het praten over drugs en drugsgebruik geen taboe meer. We spreken over normalisering van gebruik. Dit wil niet zeggen dat alle jongeren ook daadwerkelijk gebruiken, maar dat tegenwoordig gebruik geaccepteerd is. De prevalentie van ecstasygebruik onder uitgaanders die meerdere keren een party/festival hebben bezocht ligt rond de 80%, in tegenstelling tot 10% ecstasygebruik bij de uitgaanders die deze feesten niet bezoeken. Terugdringen van het gebruik van uitgaansdrugs en daaraan gerelateerde gezondheidsschade in de huidige generatie jongeren staan centraal.

Deze lezing helpt zorgprofessionals om bij gezondheidsklachten ook de onderwerpen drugs en drugsgebruik bespreekbaar te maken, zonder te moraliseren of het meteen af te keuren. Na de lezing heeft u inzicht in de drugs en het drugsgebruik in de huidige maatschappij en de risico’s die ermee gepaard gaan.

 

Charles Dorpmans werkt, na een stage van 15 jaar in de scene van drugs en drugsgebruik, sinds 1988 bij Novadic-Kentron. Hij is coördinator van de zes testlocaties van het DIMS (drugs information and monitoring system) in Noord-Brabant. Hij monitort de drugsmarkt en ontwikkelingen binnen het recreatief genotmiddelengebruik onder uitgaanders in diverse settings. De testservice is een (landelijke)voorziening waar consumenten anoniem hun drugs kunnen laten testen op samenstelling en werkzame stoffen, met als doel;
– het monitoren van de Nederlandse drugsmarkt
– het in kaart brengen van nieuwe middelen op de markt
– het minimaliseren van schadelijke gevolgen van het gebruik van synthetische drugs

Daarnaast is Dorpmans verbonden als docent/expert aan de Minor verslavingskunde aan de Fontys Hogeschool Eindhoven, Pedagogiek.

 Charles-Dorpmans

 

Effecten van drugsgebruik in de mond – droog door drugs

Speeksel is onmisbaar voor het behoud van een gezonde mond. Zowel het gebit als de slijmvliezen hebben behoefte aan een goed bevochtigde mond, met kwalitatief goed speeksel.

Gebruik van drugs zoals ecstasy en cannabis leidt tot een reductie van de hoeveelheid speeksel en tot een droge mond. Ter verlichting van de monddroogte gebruikt men vaak zure (fris)dranken, waardoor de kans op tanderosie toeneemt. Ook het tandenklemmen en -knarsen als gevolg van drugsgebruik leidt tot excessieve slijtage van het gebit. Daarnaast wordt de mondgezondheid bedreigd door diverse andere factoren, zoals de toegenomen behoefte om te eten, verminderde zelfzorg en veranderingen van de zuurgraad van speeksel.

Na deze lezing heeft u inzicht in de effecten van drugs voor het gebit en de mondgezondheid. Verder kent u de werking van de speekselklieren en de functies van speeksel. Tot slot krijgt u inzicht in het herkennen en behandelen van een droge mond.

 

Dr. Casper P. Bots studeerde af aan het ACTA in Amsterdam (2000). Hierna combineerde hij onderzoek naar speeksel en mondgezondheid bij dialysepatienten met het werken als tandarts in de Koepelgevangenis in Haarlem. Thans is hij tandarts-praktijkhouder in De Mondzorgkliniek te Bunschoten (www.demondzorgkliniek.nl). Daarnaast is hij initiatiefnemer van het Nederlands Speekselcentrum (www.speekselcentrum.nl) van waaruit wekelijks een spreekuur voor mensen met aan speeksel gerelateerde mondproblemen wordt georganiseerd. Ook is hij als gastmedewerker verbonden aan de afdeling Orale Biochemie van het ACTA en publiceert hij over de relatie tussen speeksel en mondgezondheid.

casper-bots

 

Mateloosheid – de meest voorkomende ziekte van deze tijd

In de psychologie worden afhankelijkheid en misbruik van middelen beschouwd als de belangrijkste diagnostische categorieën met betrekking tot verslaving.

Het classificatiesysteem DSM biedt geen plek aan de zogenaamde gedragsverslavingen, terwijl juist die sterk in opkomst zijn. Deze presentatie gaat over de overeenkomsten en verschillen tussen uiteenlopende vormen van ‘verslaving’, een weinig zeggend containerbegrip.

Aan leefwijze als onderliggende risicofactor zal ook uitgebreid aandacht worden besteed.

 

Dr. Bram Bakker is psychiater en publicist, hij werkt als psychiater en medisch directeur bij Vitaalpunt, een GGZ-instelling gespecialiseerd in onbegrepen klachten.

Daarvoor werkte Bakker vele jaren in de verslavingszorg als medisch directeur van SolutionS.

Hij publiceerde de afgelopen jaren diverse boeken, naast opiniestukken en columns in alle landelijke dagbladen.

Over verslaving schreef hij het boek “Mateloos”, met vriend, collega en ervaringsdeskundige Meindert Inderwisch.

bram-bakker

 

De fysiologie van verslaving – roken als een ranzig en rampzalig voorbeeld

Tijdens deze lezing wordt ingegaan op de mechanismen van verslaving. Als kapstok wordt de moeder der verslavingen gebruikt: het roken. Naast de fysiologische aspecten zal kort worden ingegaan op de omvang en gevolgen van deze ‘ramp’. Duidelijk zal worden wat de determinanten zijn om te gaan experimenteren met drugs en tabak in het bijzonder: de rol van de samenleving, de overheid, en de intense lobby van de tabaksindustrie om het roken blijvend te normaliseren. Inzicht wordt gegeven in hoe snel de verslaving ontstaat en hoe die in stand wordt gehouden dankzij bewerkingen van de sigaret door de tabaksindustrie: nicotine delivery device. Ook wordt duidelijk hoe de nicotineverslaving zich onderscheidt van andere verslavingen, en hoe intens en vindingrijk de gedachtekronkels zijn om een verslaving in stand te houden.

 

Pauline Dekker en Wanda de Kanter zijn beiden opgegroeid op Borneo, gingen op hun twaalfde naar kostschool, studeerden medicijnen en werden beiden longarts.

Zij hebben beiden gerookt. 80% van hun werk bestaat uit het behandelen van ziekten veroorzaakt door tabak. Zij schreven Nederland stopt! Met roken en Motiveren kun je leren. Zij zijn getraind in Motiverende Gespreksvoering door de grondleggers. Zij spraken zelf de luister CD Nederland stopt! Met roken in. Inmiddels zijn zij 25 jaar longarts.

Pauline werkt in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk en Wanda in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam. Zij richtten in 2009 de Stichting Rookpreventie Jeugd op en zij werden ware activisten met Tabaknee en Rookalarm dankzij sponsoring van het KWF. Op hun verzoek maakte Frans Bromet portretten van patiënten met longkanker om de zichtbaarheid te vergroten en het stigma van ‘eigen schuld dikke bult’ te bestrijden.

Recent spanden zij een rechtszaak tegen de Staat der Nederlanden aan wegens het schenden van het artikel 5.3 van het WHO FCTC accoord. Op Wereld Niet Roken Dag lanceerden zij de film De Vervangers (zie de website destreep.nu), waarin duidelijk wordt hoe ranzig ook de rol van de overheid is.

paulinedekker-wandadekanter

 

Seksueel overdraagbare infecties, ook in de mond!

Alles wat u altijd had willen weten maar nooit durfde te vragen

Seksueel overdraagbare infecties worden veelal overgebracht door slijmvlies-slijmvliescontact tussen twee personen, maar soms ook door wederzijdse masturbatie, of door het delen van seksspeeltjes. Risicogroepen voor SOA zijn mettertijd aan verandering onderhevig. De uitdaging voor vandaag betreft jongeren en mannen die seks hebben met mannen (MSM). Onder MSM gaat het om syfilis, gonorroe (antimicrobiële resistentie), anogenitale chlamydia waaronder lymfogranuloma venereum (LGV), hepatitis C (HCV) en HPV-geassocieerde ziekten, met of zonder bijkomende HIV-infectie. Er zal worden ingegaan op relevante aspecten van SOA voor eerstelijnszorgverleners met de focus op de mondgezondheid. Ter inleiding zullen aspecten zoals taboe, verwekkers, de meest voorkomende klachten en de epidemiologie aan bod komen. Hoe vaak wordt orale seks gepraktiseerd, wat kan je er door oplopen en hoe wordt er in verschillende culturen tegen aangekeken? Vervolgens komen de “big 5” : chlamydia, gonorroe, syfilis, herpes en hiv aan de orde. Als afsluiting wordt de relatie tussen middelengebruik, seksualiteit en SOA besproken.

 

Prof. dr. Henry J.C. de Vries is dermatoloog-veneroloog met expertise in huidinfecties, vooral seksueel overdraagbare infecties en tropische huidziekten. Zijn promotie onderzoek in 1994 had als onderwerp huid wondheling en werd beloond met de Leidse Hypocrates Studieprijs 1995, en de Sandoz onderzoeksprijs 1997. In 2010 werd hij benoemd tot hoogleraar huidinfecties, in het bijzonder lepra, bij de Universiteit van Amsterdam vanwege de Gastmann-Wichersstichting. Momenteel is hij werkzaam bij de afdeling Dermatologie van het AMC in Amsterdam waar hij elke maandag leiding geeft aan de polikliniek voor infectieziekten van de huid in het bijzonder tropische huidaandoeningen zoals leishmaniasis en lepra. Daarnaast werkt hij als opleider van dermatologen in opleiding bij de GGD SOA polikliniek in Amsterdam, de grootste polikliniek van Nederland met rond de 40.000 nieuwe consulten per jaar. In samenwerking met het streeklaboratorium en de onderzoeksafdeling van het cluster infectieziekten van de GGD Amsterdam geeft hij leiding aan een onderzoekgroep waarbinnen 12 promovendi werken. De Vries heeft 140 PubMed geregistreerde publicaties waarvan 24 als eerste en 35 als laatste auteur (peildatum 20 mei 2015). Verder is hij als expert op het gebied van de curatieve SOA zorg verbonden aan het Centrum Infectieziektenbestrijding van het RIVM en is hij lid van de Gezondheidsraadcommissie voor de bestrijding van baarmoederhalskanker.

henrydevries

 

HPV gerelateerde tumoren in het hoofd-halsgebied

De incidentie van hoofd-halskanker is afhankelijk van de bekende risico factoren zoals roken en drinken. Ondanks succesvolle anti-rook en -alcohol campagnes is de incidentie van bepaalde hoofd-hals tumoren niet gedaald, maar toont deze zelfs een opwaartse trend. Aangenomen wordt dat deze stijging veroorzaakt wordt door de toenemende vergrijzing. Er is echter ook een duidelijke stijging waargenomen bij met name jonge mensen. Deze tumoren hebben een duidelijke relatie met het humane papilloma virus (HPV) in het bijzonder type p16. De belangrijkste risico factor voor het ontstaan van HPV-geassocieerde tumoren wordt verondersteld gecorreleerd te zijn aan seksueel gedrag; jonge leeftijd van het eerste seksueel contact, veel verschillende seksuele partners en oro-genitale seks. Vergeleken met de traditionele plaveiselcelcarcinomen gedragen de HPV geïnduceerde tumoren zich milder en reageren zij beter op de ingestelde therapie. In de toekomst zal de incidentie naar alle waarschijnlijkheid afnemen, als gevolg van HPV vaccinatie voor meisjes. Dit heeft een preventieve werking op het ontwikkelen van cervix kanker en HPV geïnduceerde plaveiselceltumoren in het hoofd-halsgebied. Het vaccineren van jongens is op dit moment een punt van discussie, maar het ligt voor de hand dat dit ook zeker een aanvullende waarde zal hebben op het terugdringen van deze HPV gerelateerde tumoren.

 

Prof. dr. I. Bing Tan is senior staff member at the department of Head and Neck Oncology and Surgery of the Netherlands Cancer Institute and at the department of Otorhinolaryngology of the Academic Medical Centre, both in Amsterdam, the Netherlands. He was trained as an otorhinolaryngologist at the Free University in Amsterdam by Prof.dr. G.B. Snow. His PhD-thesis, “Retroviral P-15E related factors in head and neck cancer”, was completed in 1986 (with Professor G.B. Snow, Free University). As a fellow of the Netherlands Cancer Foundation he was trained in Head and Neck Surgical Oncology at the Free University, the Netherlands Cancer Institute and the Institute Gustave Roussy in Paris, France. He is a recognized authority in the field of photodynamic therapy and has a special interest in voice restoration after total laryngectomy. He is involved in a collaboration program between the Universities of Jakarta and Yogyakarta in Indonesia, the University of Kuala Lumpur in Malaysia and the Netherlands Cancer Institute. This program is sponsored by the Dutch Cancer Foundation and the European Community and has resulted in an ASIA/Link grant. Since 2007 he is appointed as a Professor at the Medical Faculty of the Gadjah Mada University in Yogyakarta, Indonesia. He has written over 90 papers and he has presented numerous papers at international head and neck conferences, mainly dealing with photodynamic therapy and rehabilitation after total laryngectomy.

bingtan

 

 

schrijf je in